atypisch.jpg
socioschema.jpg

Dr. Martine France Delfos (1947)

studeerde aan de universiteit van Utrecht Klinische research psychologie en Franse taal- en letterkunde. In 1999 promoveerde zij op een psychologisch en letterkundig onderzoek over rouwverwerking bij Franse schrijvers.

 

Delfos is sinds 1975 werkzaam in haar praktijk waar zij met name ervaring heeft opgedaan ervaring heeft opgedaan in het diagnosticeren en behandelen van kinderen, jeugdigen en volwassenen. Zij is onder andere gespecialiseerd in relatietherapie, autisme, traumaverwerking en eetstoornissen.

Vanaf 1994 verzorgt zij, naast haar therapeutische praktijk, nascholing aan psychologen, psychiaters, orthopedagogen, artsen, maatschappelijk werkers en groepsleiders.

 

Om haar researchwerk vorm te geven, richtte Delfos in 1997 het PICOWO op: Psychologisch Instituut voor Consultatie, Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Delfos is verantwoordelijk voor verschillende wetenschappelijke onderzoeken in binnen- en buitenland.https://www.mdelfos.nl/picowo-info/

 

Vanuit de combinatie van researchopleiding en therapeutische praktijkervaring ontwikkelde ze biopsychologische modellen. Daarbij worden verschillende wetenschapsgebieden betrokken zoals psychologie, biologie, chemie, en wiskunde. Martine Delfos hecht er belang aan dat er een verbintenis is tussen wetenschap en praktijk. De modellen die zij ontwikkelt, staan in directe relatie tot de maatschappelijke en wetenschappelijke werkelijkheid.

https://www.mdelfos.nl/

Het Socioschema en de MAS1P

 

De kern van autismespectrumstoornissen is de gebrekkige sociale ontwikkeling, als gevolg van een probleem in de sociale interactie. In de theorie van het Socioschema (Delfos, 2004/2010) toegepast op autisme (Delfos, 2001/2011), gaat het over een vertraagde ontwikkeling op specifieke gebieden, vooral de sociale interactie, terwijl op andere gebieden de ontwikkeling van het kind of de adolescent niet vertraagd hoeft te zijn, of zelfs vooruit kan lopen op leeftijdsgenoten. Dit heeft een breed leeftijdsspectrum tot gevolg binnen een mens met autisme, de MAS1P, Mental Age Spectrum within 1 Person (Delfos, 2010; 2001/2011; Delfos & Groot, 2012), een regenboog aan leeftijden door de dag heen. In de intelligentietest is dit terug te vinden in een ‘disharmonisch ontwikkelingsprofiel’. De intelligentietest kan echter niet het hele scala aan mentale leeftijden in kaart brengen, maar slechts een indruk daarvan geven, omdat het slechts enkele gebieden en ook een abstractie van ontwikkelingsgebieden in kaart beslaat. Het brede leeftijdsspectrum betekent dat een en hetzelfde kind vele ontwikkelingsleeftijden tegelijk in zich verenigt. Een kind met autisme van zeven jaar kan spelgedrag laten zien van een kind van drie jaar, motorisch gezien een kind van zeven jaar zijn, corresponderend met zijn kalenderleeftijd en kunnen rekenen als een kind van tien jaar, dus voorlopen op zijn leeftijdsgenoten.

Kinderen en volwassenen met autisme plaatsen ons vaak voor raadsels met hun scala aan mentale leeftijden. Wanneer er vreemd gedrag wordt vertoond, helpt het om proberen te ontdekken wat de mentale leeftijd is die bij dat gedrag hoort. Vreemd gedrag blijkt dan vaak normaal gedrag te zijn dat hoort bij een andere mentale leeftijd. Het likken aan iemand ziet er vreemd uit bij een 30 jarige man met autisme, maar is wel heel normaal gedrag voor heel jonge kinderen. Dit soort inzichten helpt ons om iemands gedrag te begrijpen, waardoor we er ook zelf beter mee om kunnen gaan. Er ontstaat rust en ruimte om het gedrag te leren ombuigen als dat nodig is, of het simpelweg de tijd te gunnen als dat kan.

Interview met Martine, waarin zij vertelt over autisme